Mieke Mels: The interesting thing about Kunstenaarsdorp is the mixture of selected artists and ditto professionals. Nobody knows in advance to whom they will talk to. But everybody starts with an openness of mind, a willingness to share knowledge. The conversation can get stuck in a general overview of the artists’ oeuvre or… it can end up being the start of a conversation that lasts longer than just this brief introduction. It clicks or it doesn’t click with one or the other, something you just have to take. One wonders if a full week of presenting your portfolio again and again to the unknown so called professional, is worth the effort. There’s no production involved in this “residency”; what counts is the openness to communicate and explore if you can meet with someone that shares an interest. It’s not about selling your art to the potential curator or art director who can exhibit your work, maybe… it’s about finding a level of communication that inspires and asks for more. Kunstenaarsdorp works as a formula because it has a professional approach and at the same time is able to create a relaxing atmosphere for everyone involved.

Oliver Deprez: What always strikes me at the Portfolio Days is the relaxed atmosphere among its participants. This is mainly created by the circumstances in which this event occurs. Food, drinks and the chance to meet a lot of fellow artists from other parts of the world. The whole initiative remains largely independent of any commercial interests so that relieves a lot of pressure among its participants. They can present their work in any stage, from a sketch up to a publication, and start up a discussion with you. On the one hand you need to sharpen your analytical perception as a commentator but on the other hand… it also gives you a chance to reflect on your own concepts and ideas on contemporary evolutions in a globalised world. And that’s what makes the portfolio days slightly different than any other artistic happening in Belgium I know.

Annelies Nagels: I found it more difficult to comment on the work than I initially imagined. It’s not evident to give comment on work that you don’t get to see in real life, but only on a computer screen or in a printed portfolio. But of course you get an impression of the possibilities that lie in the work presented. I do regret being there only for one day. I would have liked to see more artists. Some of the artists I met were really promising and I will definitely follow their career through the internet (and more intensely if possible). To name only two of them: Alena Larionova stroke me as an intelligent artist and the evolution in her videowork shows her talent to be self critical. The energy of Gabriella Ciancimino was contagious.

I think for the artists it’s an interesting experience to attend the village: they meet other young artists, get in touch with professionals, and all of this in a very concentrated atmosphere. The combination of the tight schedule during the day with the relaxed atmosphere in the evenings gives them the opportunity to discuss their work in different ways. They definitely get more conscious of what the possible weaknesses are in their word and can get professional advise on how to solve this. Definitely worthwile!

Sonia Dermience: I was very happy to participate to the Artists Village by WARP this year. It was a great opportunity for me to encounter artists from a certain generation (between 25 and 35 years old) coming from very different backgrounds and contexts. The very good selection of artists enabled the curators to meet practices that reflects on current issues in contemporary such as the question of the medium and the subject. Either it is very personal and intimate issues that were addressed in their works or more historical ones related to past art historic trends or more political issues, they all seem to approach their matter by experimenting with their mediums in a fresh and critical way. These are for me the most important aspects that we may be expecting from art today and I felt that those artists in the Village all had this desire and requirement to do the work in an interesting and critical manner. For that reason, I felt more engaged to talk with them, give them advises and critiques that they were ready to hear and go forwards with. It was also a good opportunity to meet other curators from Belgium and abroad with whom I can keep in touch and with whom I had good talks in a good atmosphere!

Magnus Nilsson: Unlike Borges’ infinite and cyclical model, and Guattari and Deleuze’s root and rhizome, thoughts are best described as an archipelago of information, an accumulation of scattered islands connected by the fleeting consistency of water. Looking out at the scattered islands the view is vast, but limited; sprawling and not necessarily connected. Within this overwhelming panorama of information, some thoughts are closer to you whereas some appear to be more distant. Some islands form groups and seem to merge; others are solitary with little connection to their distant neighbours. Within this system, closely adjacent islands have a similar fauna and genetic makeup, whereas the distant differ more radically. Through the connective water all islands are nevertheless reachable. Some, however, require more effort and time to reach, whereas others are instantaneously available. From this perspective one can discern many previous successes, but also past mistakes. One can see what worked, what went wrong and begin to speculate what might be readjusted. With this relative overview, a more relaxed relation to history can be achieved, where the past is neither that which is so precious that it automatically needs to be preserved, or negated because it is deemed irrelevant or passé, but something that is a real productive resource and part of the present.

Fleur van Muiswinkel: Het was me een waar genoegen om tijdens mij vakantie jou voicemail te horen. Na onze ontmoeting op dOCUMENTA 13, welke van korte duur was maar zeer plezierig, had ik de website van WARP bezocht was mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Je voicemail en emails die daarop volgende maakte dat ik die vrijdagochtend met een open vizier richting Genk reed. Beide Natasha Ginwala en ik wisten niet goed te wat te verwachten want persoonlijke gesprekken, net als tijdens de vele studio bezoeken die ik afleg, verlopen eigenlijk altijd anders dan verwacht.

Met onze aankomst vielen we met de neus in de boter, letterlijk, we konden direct aanschuiven aan de vrijdagmiddag lunch die volgende vitamine in zich had om de rest van de dag vol energie de gesprekken te voeren. De locatie was ongekend en de sfeer die er hing in de groep was zeer open en vriendelijk. Vele kunstenaars en curatoren maakte direct een paartje met ons vroeg ons aan te schuiven aan tafel. De zon scheen volop en na de lunch volgende mijn eerste gesprek.

Nog een beetje zoekende nam ik plek achter een van de tafels, Hanae Utamura kwam naar me toe en installeerde haar computer. Ons gesprek rondom haar poëtische, conceptuele werk was zeer prettig. Ondanks dat we soms iets wat ‘lost in translation’ waren hebben we lang en diep over haar werk kunnen spreken en bleek dat ik haar werk op een nieuwe manier benaderde wat bij haar resulteerde in nieuwe ideeen/ perspectieven vertelde ze me achteraf.

Phillip Janssens was mijn volgende kunstenaar, na wat omzwervingen via kunstenaars-inititiatieven in Antwerpen & Brussle kwam ons gesprek toch uiteindelijk op zijn werk. Met een wat afstandelijke, semi-ongeinteresserde houding vertelde hij uiteindelijk gepassioneerd over zijn werk en zijn twijfel over hoe nu verder en wat zijn volgende stappen zouden zijn. Zijn periode in WARP – vertelde hij mij – was ged geweest. Niet alleen omdat hij de andere kunstenaars waardeerde en de sfeer die er hing maar ook omdat het praten over zijn oude werk en nieuwe ideeen met curatoren en andere kunstenaars ervoor zorgen dat hij nieuwe manier van benadering zag en hoe andere zijn werk vanwege verschillende redenen waardeerde.

De volgende dag begon met een gepsrek met de Poolse Karolina Bregula. Dit was voor mij een openbaring. Zij was zeer sterk, haar werk sprak me aan en de nieuwe film die op het moment van spreken werd ge-final edit was rede voor mij om te vragen voor een viewing-copy. Karolina en ik konden nog uren na praten over haar werk en de 45 minuten waren zeker te kort. Helaas vloog de tijd voorbij maar er zal vast een moment zijn dat onze wegen nog eens zullen kruizen. Ema, Eric, Gabriella, Berkay en Ignace volgende elk gesprek was totaal anders maar een ding hadden ze gemeen; het waren gesprekken op niveau, als gelijke waren we ingesprek het werk onerzoekende samen. De vragen leidde tot nieuwe inzichten zelfs ook bij de kunstenaar en gaf mij vaak een inzicht in de sociaal-maatschappelijk/economische of sociaal-culturele context waarin deze werden vervaardigd.

Dat de groep zo enorm internationaal was bleek een kracht te zijn die voor alle betrokken partijen werd erkend als zeer inspirerend. Het format waarvoor is gekozen om deze kunstenaars uit te nodigen gezamelijk een week lang hun werk aan talloze curatoren, kunstenaars, filosofen en andere geïnteresseerde te tonen en te bespreken vind ik zeer bewonderingswaardig. Al was ik alleen de laatste 2 dagen aanwezig, alle kunstenaars hoe vermoeid dan ook waren vol overtuiging van hun werk, niet arrogant maar juist open voor feedback. Meerdere van e kunstenaars die ik buiten de geplande gesprekken sprak vertelde dat het een onvergetelijke ervaring was geweest en dat het toen al bijdroeg op zowel conceptueel, praktisch als intellectueel niveau. Voor mij persoonlijk als curator was het een waar genoegen 2 dagen aanwezig te mogen zijn en de gesprekken te voeren. Het heeft mij enkele zeer interessante kunstenaars doen leren kennen en een actieve email-uitwisseling is reeds opgang gekomen.

In de toekomst zou ik als advies willen geven om na te denken over de intensiteit voor de bezoekende commentatoren. Voor mij bleek dat 2 dagen perfect was. Er komt zoveel nieuwe informatie op je af dat het natuurlijk spijtig is je te realiseren dat je mogelijk een interessant gesprek misloopt maar het was ook goed zo. Maar gezien het intensieve samenleven ook in het dorp en alle gezamenlijke activiteiten is het goed om tijd te hebben de gesprekken te laten bezinken.

Rest mij jullie te feliciteren met – wat naar mijn inziens een succes was – een geweldige editie van het kunstenaarsdorp. De generositeit tussen de zowel de kunstenaars als de bezoekende commentatoren was groot en ongekend. Voor mij was het ook een moment nieuwe contacten op te doen en over mogelijk toekomstige projecten in samenwerking met andere curatoren te spreken.

Heel erg bedankt nogmaals voor de uitnodiging, succes met de afronding en hopelijk tot volgend jaar.

David Maroto: The Artist Village offers to young artists a sort of speed interviews structure in which, within a few days, they are able to show their portfolio to a number of art professionals. Many times, this presentation derives into a discussion of issues inherent to their practices. For us, it was a matter of listening first, and then give a certain feedback, which would be different in each case, mostly depending on the degree of the artist’s development. For some it would be very useful to get a comment on the basic concepts of their work, which direction to take, and so on. Whereas for others, who have already sorted out some fundamental questions, it would be more convenient to get advice on other issues, which could be very practical advices, as to how to solve certain formal details. Some other times, it could be about future steps to move forward in their professional careers. And some other times, we found necessary to discuss not exactly about their work, but about the way they present it. Nowadays this is a very important point that passes unattended by many artists (and academies), but it can decide the success on many projects. Joanna and I teamed up, so that ours was a combined feedback from two points of view, that one of the curator, and that one of the visual artist. One of the most valuable consequences of this little community experience is the continuation of the contacts beyond the Artist Village days. We stay in touch with a number of participants. On the other hand, we have also met very interesting professionals with whom we are also keeping contact. We are also happy to have contributed to the organic expansion of the Artist Village network, by having facilitated the inclusion of some of our peers as visiting professionals.

Joannes Késenne: WARP Artist Village, Artists should find the way to the Artist Village to receive a global view on their recent work. It must be refreshing to be confronted with so many different reactions from people who join the artworld from inside. It is a mental exercise in self-criticism. Of course, one needs to be open for it. WARP must be careful that artists not just come along to find curators or critics to promote their work. This cannot be the ultimate target of the initiative.

The concept is very much O.K., but can be completed with a selection of lectures and presentations from the artists and the commentators about their one work. Artwork deals with a scientific, ideological and social context. This reflective framework can be the breeding ground on which further artistic investigations may grow and broaden the view.

My personal experience is that a lot of artists struggle with personal issues as the background of their artistic work. There’s a long way to go between the personal, psychological material and the way it finds adequate expression in art. This gap is still a hot issue these days.

Bert de Leenheer: Each personal interview with a young artist is a unique opportunity to enrich and widen your own vision of the world and art.  In extra, I find that young artists are very open to comments and especially fond of make connections of their own work with that of other artists.

The portfolio conversations of WARP are an excellent opportunity for this. They run in a very pleasant context and are embedded in a total event in which a positive dialogue and surprising confrontations are possible.

The 2012 edition of C-Mine Genk gave me the chance to see how familiar the young generation deals with a mix of techniques, such as video, photography, sculpture and installation, and how they integrate these concepts into their work. It made me happy to hear their reactions to some questions and to note that this questioning gave them new ideas.

Rahma Khazam: As an art critic based in Paris, I was thrilled to be invited to Genk to meet a selection of artists from other parts of Europe. For four days, I had individual meetings with a group of young practitioners from countries as far afield as Romania, Russia, Australia or the USA, each of whom was at a different stage in his or her career. I found it quite a challenge to have to come up with a helpful response to their brief presentations within the short space of time we were allotted. However the attention and interest shown by my interviewees made all the effort worthwhile (I was particularly struck by the work of Philip Janssens and Nadja Verena Marcin).

No less stimulating were the discussions with my fellow commentators, during which we talked about our work experiences or commented on our interviews with the group of artists. The evening activities, which included a talk by the curator of Manifesta and a visit to a nearby art centre were opportunities to relax at the end of a long day, as was the highly enjoyable visit to Manifesta. As far as I’m concerned, the event was a success: it was an opportunity to spend a few days living in close proximity to young artists and fellow professionals whom I might never have met, to hone my analytical skills and sharpen my reactions – all this in a supportive village-like atmosphere. Th Warp Artist Village definitely lived up to its name.

Philippe Grisar: Psychoanalysts in the Artist Village…    An impression of an extimate experience

After a concert of contemporary music performed by the recommendable Goeyvaerts String Trio, I met Stef Van Bellingen once again. We agreed to work together on a project on self-portraits, identity and etcetera’s. We sat discussing the project in the overgrown garden of the deceased local painter Jan Buytaert. In the warmth of a feeble sun, Stef explained me with his usual passion what the Artists Village is about. Interested in this revolving door between young artists and art professionals, I proposed to join the ‘commentators’. To lend my professional ear, I said. The aim was not to ‘comment’ but to listen to the artists and their work. As a psychoanalyst, I know that listening has its effects.

A psychoanalyst browses in art regularly, who doesn’t? Art contains a treasure. Freud knew this and produced a number of papers on art, literature, and culture as a whole. May be some remember his essay on the Uncanny? Well, it would be nice to meet the artist her- or himself and maybe, give something in return.

Stef, chief of the village, warned me and my colleague Lieven Jonckheere, not without delight, that the news of our arrival had stirred his tribe. The signifier psychoanalyst seems to be enough to unsettle any community nowadays. And indeed the reactions varied between high expectations and – yes – a trifle of fear. As if the psychoanalyst were a shaman who brings the repressed and unwanted cruel truth to the forth with a snap of the fingers – or a flap of the ear in this case. We don’t.

Suspicion ebbed away quickly and made place for some very nice and interesting conversations. The artist Eric van der Kooij formulated the general shift of expectation in experience in this way: “From dreaded towards appreciated” (“Van gevreesd naar gewaardeerd.” Quoted from an e-mail). Thank you , Eric.

45 minutes is exactly the time of a therapeutic session. What an evil coincidence. ‘Lending an ear’ is also not handing out diagnoses and certainly not submitting our interlocutor to something in the realm of psychotherapy. I had no plan. I did not (want to) know what to expect. Most commentators may have the desire to add something in the perspective on art: advise. To add-vice is not what a psychoanalyst intends – there is usually enough.

The portfolio was the chosen starting point together with the intentions they had in or with their artwork. This was in itself very interesting. I wondered if it were the same story they told any commentator? Most of the time there was room for my little questions (hm, go on, what do you mean,..). Questions that made space to elaborate, to explore (together). I tried to make sense of what they said or had created.

Some talks became pretty personal and intense. Few artists kept on the level of their work and others allowed more openness. Every conversation was different and meandered around the art works, views on art or life, stories around the work, life events etc. One is fragile, searching, growing, the other strong of vision and goal. A kaleidoscope of young artists passed the table.

A lot of works, so was my impression, tried to reveal (or at least tried to make some opening in) the space beyond the obvious, the imaginary. Sometimes deliberately perturbing the public. This beyond or in between, (even uncanny), emerged in several ways and in different articulations.

I remarked to an artist that she had shown me ‘nothing’. The ‘in between’ stitched in the art, made the viewer wait for the ‘real’ material to come forward. Making that kind of art or experiencing it, is like trying to find the opening in the curtains like a performer in the front stage desperately looking for the gap between the curtains where the actual stage is hidden. An inconvenient or even slightly unsettling experience.

Another artist showed with very small interventions space: showing the (almost) nothing with almost nothing. This theme kept coming in other works: the painted landscapes that appeared to be mere decors; black balloons with photos of dead family members in an Hungarian village which slowly deflated; shadows of people and public who suddenly find themselves in the work; gazing children; or the installation as intervention in the rummaging in the odds and bits collected over time, etc…

Artists seem to be looking for something in between or beyond the folds of the expressible. And find ‘it’ (again). A work that brings a beyond forward, isn’t that a presentation of the extimate (the most intimate to us, is however outside us)? This reminds me on my work with spoken words. Analysands tend to scrape for the one memory, the one word or sentence that unfolds the mystery of their construction or bricolage – to say it with Levi-Strauss. Artists just produce it, for all of us…?

One of the artists may not be looking to de-construct the ambivalent relation with the Other. The art was a composition or construction of elements superposed as if the artist wanted to glue the world that is in constant danger to fall apart. Some artists may have too much past, which made the work almost like art therapy. An interesting twilight. The elaborations and operations on the material, did give the material a new perspective. In this way it wasn’t a private struggle anymore. The actual audio recordings they operated on, surpassed the particular history. Art, so it seems, is not only a particular discourse but an intertwisting between the singular and the universal. Therefore it is not mere therapy, it is beyond.For my part the artist village was a fascinating experience. The organization seemed impeccable, the entertainment (the Blue Rabbit Blues Band, the artist Koen Van Mechelen!) terrific. The melting pot of commentators proved to come up with a tasteful brew. The ambiance was warm and jovial. Extimate of all were the very interesting conversations with the young artists themselves. Stella Baraklianou found the Village “a life changing experience”.[1] Let us hope that all the artists could pick up at least a little something.

Lieven Jonchkeere: Artist Village is voor mij, als psychoanalyticus, op verschillende punten een bijzonder aangename verrassing geweest. Hier beperk ik mij tot wat ik als mijn basisverrassing beschouw. En dat is dat er in het kunstwereldje blijkbaar nog altijd een grote verwachting naar de psychoanalyse toe heerst. Dat verraste mij inderdaad, want heden is het bon ton om niets meer de psychoanalyse te verwachten. Ook niet in het kunstwereldje. Maar blijkbaar heeft die verwachting zich daar underground in allerlei duistere gedaanten vermenigvuldigd en is ze zo levendiger dan ooit geworden.

De toon was, raar maar waar, al in de gazet gezet geworden. In dezelfde gazet die de psychoanalyse al een menige keer te kakken had gezet “omdat ze niet wetenschappelijk” en “niet klantvriendelijk” zou zijn, kondigde expliciet aan dat op Artist Village een aantal psychoanalytici zouden rondspoken. Niet goed genoeg als wetenschap of als therapie, mocht ze zich nu eens met de moderne kunst compromitteren. Freud zelf had inderdaad al schrik om als kunstenaar beschouwd te worden, om met kunst geassocieerd te worden, omdat dit de wetenschappelijke geloofwaardigheid van de psychoanalyse zou ondermijnen. Voor psychoanalytici blijft het vandaag echter een uitdaging om zich in verhouding tot zowel de wetenschap, de therapie als de kunst te manifesteren en te onderscheiden. En ik dus naar de mijnen.

Waar ik verrast werd door de grote verwachting én openhartigheid vanwege de participerende kunstenaars naar mij als psychoanalyticus toe. Alle kunstenaars die ik te spreken kreeg, bleken op dit punt ‘aanspreekbaar’. Men kan zich afvragen of dat misschien niet inherent is aan het sympathieke concept van Artist Village. Misschien trekt dat een bepaald type kunstenaar aan. De ‘aanspreekbare’ kunstenaar, of de kunstenaar die zich op een bepaald moment fundamentele vragen stelt over zijn verhouding tot zijn werk – en die van daaruit anderen tussen hemzelf en zijn werk toelaat, die op dat vlak van zijn verhouding tot zijn werk een bepaalde verwachting, of vraag naar de Ander toe heeft? Want ik moet zeggen dat lang niet alle kunstenaars die ik, in andere minder veilige contexten, heb leren kennen, en soms zelfs als persoonlijke vrienden ben gaan beschouwen, op dat punt zo open, zo aanspreekbaar zouden zijn. Integendeel. Het lijkt er soms op dat ‘echte’ kunstenaars eerder van het kwaadaardige type zijn, in die zin dat ze niets of niemand tussen henzelf en hun werk laten komen. Ze doen een effort om het hun werk samen te vallen. Dat lijkt vooral het geval bij kunstenaars die het al een beetje gemaakt hebben – niet hun werk, maar hun naam … En dus daagt dat type zeker niet in een Artist Village op.

Een fundamentele vraag daarbij is nu of dit misschien niet een onvermijdelijke evolutie is. Misschien is die openheid of aanspreekbaarheid – zoals wij die tijdens Artist Village aan den lijve mochten ervaren – niet meer dan een soort verplichte artistieke ‘ontwikkelingsfase’. En zouden we, als we deze zaak zouden opvolgen (dat is een suggestie, best Stef!), kunnen vaststellen dat ook die sympathieke kunstenaars zich, eenmaal ze het gemaakt hebben (niet hun werk, maar hun naam), in hun verhouding tot hun werk zullen beginnen verschansen.

Een radicaal andere hypothese is natuurlijk dat de tijd van de niet aanspreekbare kunstenaar definitief voorbij is. Dat het niet aanspreekbaar zijn een artistieke positie is geweest die in een bepaald tijdsgewricht functioneel was. Maar dat die positie nu, naar de toekomst toe, in de alsmaar complexer wordende kunstjungle, waarin wetenschap, economie en politiek compleet met elkaar verstrengeld geraken, niet langer functioneel en dus leefbaar zal zijn. En moeten kunstenaars op een of andere manier inderdaad gestimuleerd worden om in hun verhouding tot hun werk op een of andere manier aanspreekbaar te blijven. Om al die Anderen te laten tussenkomen om die verhouding te ondervragen – en daar iets uit te laten leren – want dat is wat ik als psychoanalyticus in eerste instantie op Artist Village gedaan heb: zelf veel bijgeleerd.

Maar niet alleen de gazet en de participerende kunstenaars leken in Artist Village, elk op hun manier, heel wat van de psychoanalyse te verwachten. Dat bleek ook het geval te zijn voor sommige commentatoren – die, net als de kunstenaars, van heel diverse pluimage en kaliber waren. Maar door de manier waarop de organisatie van Artist Village informele contacten stimuleerde, had ikzelf al snel herausgefühlt wie op dat punt ‘aanspreekbaar’ was.

Op het moment zelf heeft dat dan toegelaten om niet alleen met mijn psychoanalytische collega Philippe Grisar, maar ook met een aantal andere collega’s, even kritische als delicate punten in de verhouding van sommige kunstenaars tot hun werk te bespreken. Een beetje alsof het ‘klinische gevallen’ betrof, maar dan toch nog altijd met de nadruk op de mogelijke artistieke impasse die mogelijks uit die punten resulteerde. Ik denk daarbij aan een bepaalde kunstenaar die de commentatoren per se wou confronteren met rauw, onbewerkt materiaal uit een traumatische jeugd, die dus de Ander het zwijgen wou opleggen, en die zo misschien in die eigen getraumatiseerde positie wou vastzetten. Onder commentatoren is dat, toch in mijn aanwezigheid, druk besproken geworden – vanuit onder andere de vraag “hoe heb jij dat aan boord gelegd om de kunstenaar in kwestie te verplichten om rekening met jou te houden, om zich daarop enig commentator van jouw kant te laten welgevallen, om de Ander dus te doen ontstaan als iemand waaraan een vraag kan gesteld worden?” En van daaruit, vanuit de manieren van reageren van mijn collega’s daarop, heb ik de indruk dat ik erin geslaagd ben om, in dat specifieke geval, dat rauwe traumatische materiaal toch een beetje te laten kaderen, toch een beetje te laten bewerken – en daar dus ‘een heel klein beetje kunst’ van te laten maken.

Tenslotte heeft de door Artist Village geboden mogelijkheid om de sluimerende psychoanalytische gevoeligheden van sommige collega’s commentatoren herauszufühlen mij ook toegelaten om daaraan een aantal heel interessante samenwerkingsprojecten aan over te houden.

En dat allemaal dankzij Warp van organisator Stef Van Bellingen.

Sandra Dichtl: First of all I want to say, that professional artists are needed as a precondition for a reasonable conversation. Certainly, that was the case in Genk. All artists presented their works in a professional way, allowing discussions, suggestions as well as critique. In order to ensure an interesting conversation, it is very important to have somebody in front of you who is able to present his/her ideas clearly. It was obvious that t all of them were prepared. Maybe the fact that I arrived in the second half of the week helped a lot.

To point out the different aspects of the twelve conversations is very hard because this means at least 9 hours of input.

In general, the presented works led to some stimulating and lively discussions with the artists. At one point, I got the artist to recognize that t his work is not as self-evident as he had always thought. In my view the week in Genk had been a good exercise for those artists to verbalize the intention and idea behind their works. As one can imagine, such confrontations and discussions are essential for an artist´s showmanship and his/her career in general. All these different conversations and interesting works trained my attention to detail as well. Especially in the evening hours I had the chance to establish new contacts. [1] see website WARP: http://www.warp-art.be/nl/activiteiten/portfolio/kunstenaarsdorp2012.phpMieke Mels: The interesting thing about Kunstenaarsdorp is the mixture of selected artists and ditto professionals. Nobody knows in advance to whom they will talk to. But everybody starts with an openness of mind, a willingness to share knowledge. The conversation can get stuck in a general overview of the artists’ oeuvre or… it can end up being the start of a conversation that lasts longer than just this brief introduction. It clicks or it doesn’t click with one or the other, something you just have to take. One wonders if a full week of presenting your portfolio again and again to the unknown so called professional, is worth the effort. There’s no production involved in this “residency”; what counts is the openness to communicate and explore if you can meet with someone that shares an interest. It’s not about selling your art to the potential curator or art director who can exhibit your work, maybe… it’s about finding a level of communication that inspires and asks for more. Kunstenaarsdorp works as a formula because it has a professional approach and at the same time is able to create a relaxing atmosphere for everyone involved.

Oliver Deprez: What always strikes me at the Portfolio Days is the relaxed atmosphere among its participants. This is mainly created by the circumstances in which this event occurs. Food, drinks and the chance to meet a lot of fellow artists from other parts of the world. The whole initiative remains largely independent of any commercial interests so that relieves a lot of pressure among its participants. They can present their work in any stage, from a sketch up to a publication, and start up a discussion with you. On the one hand you need to sharpen your analytical perception as a commentator but on the other hand… it also gives you a chance to reflect on your own concepts and ideas on contemporary evolutions in a globalised world. And that’s what makes the portfolio days slightly different than any other artistic happening in Belgium I know.

Annelies Nagels: I found it more difficult to comment on the work than I initially imagined. It’s not evident to give comment on work that you don’t get to see in real life, but only on a computer screen or in a printed portfolio. But of course you get an impression of the possibilities that lie in the work presented. I do regret being there only for one day. I would have liked to see more artists. Some of the artists I met were really promising and I will definitely follow their career through the internet (and more intensely if possible). To name only two of them: Alena Larionova stroke me as an intelligent artist and the evolution in her videowork shows her talent to be self critical. The energy of Gabriella Ciancimino was contagious.

I think for the artists it’s an interesting experience to attend the village: they meet other young artists, get in touch with professionals, and all of this in a very concentrated atmosphere. The combination of the tight schedule during the day with the relaxed atmosphere in the evenings gives them the opportunity to discuss their work in different ways. They definitely get more conscious of what the possible weaknesses are in their word and can get professional advise on how to solve this. Definitely worthwile!

Sonia Dermience: I was very happy to participate to the Artists Village by WARP this year. It was a great opportunity for me to encounter artists from a certain generation (between 25 and 35 years old) coming from very different backgrounds and contexts. The very good selection of artists enabled the curators to meet practices that reflects on current issues in contemporary such as the question of the medium and the subject. Either it is very personal and intimate issues that were addressed in their works or more historical ones related to past art historic trends or more political issues, they all seem to approach their matter by experimenting with their mediums in a fresh and critical way. These are for me the most important aspects that we may be expecting from art today and I felt that those artists in the Village all had this desire and requirement to do the work in an interesting and critical manner. For that reason, I felt more engaged to talk with them, give them advises and critiques that they were ready to hear and go forwards with. It was also a good opportunity to meet other curators from Belgium and abroad with whom I can keep in touch and with whom I had good talks in a good atmosphere!

Magnus Nilsson: Unlike Borges’ infinite and cyclical model, and Guattari and Deleuze’s root and rhizome, thoughts are best described as an archipelago of information, an accumulation of scattered islands connected by the fleeting consistency of water. Looking out at the scattered islands the view is vast, but limited; sprawling and not necessarily connected. Within this overwhelming panorama of information, some thoughts are closer to you whereas some appear to be more distant. Some islands form groups and seem to merge; others are solitary with little connection to their distant neighbours. Within this system, closely adjacent islands have a similar fauna and genetic makeup, whereas the distant differ more radically. Through the connective water all islands are nevertheless reachable. Some, however, require more effort and time to reach, whereas others are instantaneously available. From this perspective one can discern many previous successes, but also past mistakes. One can see what worked, what went wrong and begin to speculate what might be readjusted. With this relative overview, a more relaxed relation to history can be achieved, where the past is neither that which is so precious that it automatically needs to be preserved, or negated because it is deemed irrelevant or passé, but something that is a real productive resource and part of the present.

Fleur van Muiswinkel: Het was me een waar genoegen om tijdens mij vakantie jou voicemail te horen. Na onze ontmoeting op dOCUMENTA 13, welke van korte duur was maar zeer plezierig, had ik de website van WARP bezocht was mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Je voicemail en emails die daarop volgende maakte dat ik die vrijdagochtend met een open vizier richting Genk reed. Beide Natasha Ginwala en ik wisten niet goed te wat te verwachten want persoonlijke gesprekken, net als tijdens de vele studio bezoeken die ik afleg, verlopen eigenlijk altijd anders dan verwacht.

Met onze aankomst vielen we met de neus in de boter, letterlijk, we konden direct aanschuiven aan de vrijdagmiddag lunch die volgende vitamine in zich had om de rest van de dag vol energie de gesprekken te voeren. De locatie was ongekend en de sfeer die er hing in de groep was zeer open en vriendelijk. Vele kunstenaars en curatoren maakte direct een paartje met ons vroeg ons aan te schuiven aan tafel. De zon scheen volop en na de lunch volgende mijn eerste gesprek.

Nog een beetje zoekende nam ik plek achter een van de tafels, Hanae Utamura kwam naar me toe en installeerde haar computer. Ons gesprek rondom haar poëtische, conceptuele werk was zeer prettig. Ondanks dat we soms iets wat ‘lost in translation’ waren hebben we lang en diep over haar werk kunnen spreken en bleek dat ik haar werk op een nieuwe manier benaderde wat bij haar resulteerde in nieuwe ideeen/ perspectieven vertelde ze me achteraf.

Phillip Janssens was mijn volgende kunstenaar, na wat omzwervingen via kunstenaars-inititiatieven in Antwerpen & Brussle kwam ons gesprek toch uiteindelijk op zijn werk. Met een wat afstandelijke, semi-ongeinteresserde houding vertelde hij uiteindelijk gepassioneerd over zijn werk en zijn twijfel over hoe nu verder en wat zijn volgende stappen zouden zijn. Zijn periode in WARP – vertelde hij mij – was ged geweest. Niet alleen omdat hij de andere kunstenaars waardeerde en de sfeer die er hing maar ook omdat het praten over zijn oude werk en nieuwe ideeen met curatoren en andere kunstenaars ervoor zorgen dat hij nieuwe manier van benadering zag en hoe andere zijn werk vanwege verschillende redenen waardeerde.

De volgende dag begon met een gepsrek met de Poolse Karolina Bregula. Dit was voor mij een openbaring. Zij was zeer sterk, haar werk sprak me aan en de nieuwe film die op het moment van spreken werd ge-final edit was rede voor mij om te vragen voor een viewing-copy. Karolina en ik konden nog uren na praten over haar werk en de 45 minuten waren zeker te kort. Helaas vloog de tijd voorbij maar er zal vast een moment zijn dat onze wegen nog eens zullen kruizen. Ema, Eric, Gabriella, Berkay en Ignace volgende elk gesprek was totaal anders maar een ding hadden ze gemeen; het waren gesprekken op niveau, als gelijke waren we ingesprek het werk onerzoekende samen. De vragen leidde tot nieuwe inzichten zelfs ook bij de kunstenaar en gaf mij vaak een inzicht in de sociaal-maatschappelijk/economische of sociaal-culturele context waarin deze werden vervaardigd.

Dat de groep zo enorm internationaal was bleek een kracht te zijn die voor alle betrokken partijen werd erkend als zeer inspirerend. Het format waarvoor is gekozen om deze kunstenaars uit te nodigen gezamelijk een week lang hun werk aan talloze curatoren, kunstenaars, filosofen en andere geïnteresseerde te tonen en te bespreken vind ik zeer bewonderingswaardig. Al was ik alleen de laatste 2 dagen aanwezig, alle kunstenaars hoe vermoeid dan ook waren vol overtuiging van hun werk, niet arrogant maar juist open voor feedback. Meerdere van e kunstenaars die ik buiten de geplande gesprekken sprak vertelde dat het een onvergetelijke ervaring was geweest en dat het toen al bijdroeg op zowel conceptueel, praktisch als intellectueel niveau. Voor mij persoonlijk als curator was het een waar genoegen 2 dagen aanwezig te mogen zijn en de gesprekken te voeren. Het heeft mij enkele zeer interessante kunstenaars doen leren kennen en een actieve email-uitwisseling is reeds opgang gekomen.

In de toekomst zou ik als advies willen geven om na te denken over de intensiteit voor de bezoekende commentatoren. Voor mij bleek dat 2 dagen perfect was. Er komt zoveel nieuwe informatie op je af dat het natuurlijk spijtig is je te realiseren dat je mogelijk een interessant gesprek misloopt maar het was ook goed zo. Maar gezien het intensieve samenleven ook in het dorp en alle gezamenlijke activiteiten is het goed om tijd te hebben de gesprekken te laten bezinken.

Rest mij jullie te feliciteren met – wat naar mijn inziens een succes was – een geweldige editie van het kunstenaarsdorp. De generositeit tussen de zowel de kunstenaars als de bezoekende commentatoren was groot en ongekend. Voor mij was het ook een moment nieuwe contacten op te doen en over mogelijk toekomstige projecten in samenwerking met andere curatoren te spreken.

Heel erg bedankt nogmaals voor de uitnodiging, succes met de afronding en hopelijk tot volgend jaar.

David Maroto: The Artist Village offers to young artists a sort of speed interviews structure in which, within a few days, they are able to show their portfolio to a number of art professionals. Many times, this presentation derives into a discussion of issues inherent to their practices. For us, it was a matter of listening first, and then give a certain feedback, which would be different in each case, mostly depending on the degree of the artist’s development. For some it would be very useful to get a comment on the basic concepts of their work, which direction to take, and so on. Whereas for others, who have already sorted out some fundamental questions, it would be more convenient to get advice on other issues, which could be very practical advices, as to how to solve certain formal details. Some other times, it could be about future steps to move forward in their professional careers. And some other times, we found necessary to discuss not exactly about their work, but about the way they present it. Nowadays this is a very important point that passes unattended by many artists (and academies), but it can decide the success on many projects. Joanna and I teamed up, so that ours was a combined feedback from two points of view, that one of the curator, and that one of the visual artist. One of the most valuable consequences of this little community experience is the continuation of the contacts beyond the Artist Village days. We stay in touch with a number of participants. On the other hand, we have also met very interesting professionals with whom we are also keeping contact. We are also happy to have contributed to the organic expansion of the Artist Village network, by having facilitated the inclusion of some of our peers as visiting professionals.

Joannes Késenne: WARP Artist Village, Artists should find the way to the Artist Village to receive a global view on their recent work. It must be refreshing to be confronted with so many different reactions from people who join the artworld from inside. It is a mental exercise in self-criticism. Of course, one needs to be open for it. WARP must be careful that artists not just come along to find curators or critics to promote their work. This cannot be the ultimate target of the initiative.

The concept is very much O.K., but can be completed with a selection of lectures and presentations from the artists and the commentators about their one work. Artwork deals with a scientific, ideological and social context. This reflective framework can be the breeding ground on which further artistic investigations may grow and broaden the view.

My personal experience is that a lot of artists struggle with personal issues as the background of their artistic work. There’s a long way to go between the personal, psychological material and the way it finds adequate expression in art. This gap is still a hot issue these days.

Bert de Leenheer: Each personal interview with a young artist is a unique opportunity to enrich and widen your own vision of the world and art.  In extra, I find that young artists are very open to comments and especially fond of make connections of their own work with that of other artists.

The portfolio conversations of WARP are an excellent opportunity for this. They run in a very pleasant context and are embedded in a total event in which a positive dialogue and surprising confrontations are possible.

The 2012 edition of C-Mine Genk gave me the chance to see how familiar the young generation deals with a mix of techniques, such as video, photography, sculpture and installation, and how they integrate these concepts into their work. It made me happy to hear their reactions to some questions and to note that this questioning gave them new ideas.

Rahma Khazam: As an art critic based in Paris, I was thrilled to be invited to Genk to meet a selection of artists from other parts of Europe. For four days, I had individual meetings with a group of young practitioners from countries as far afield as Romania, Russia, Australia or the USA, each of whom was at a different stage in his or her career. I found it quite a challenge to have to come up with a helpful response to their brief presentations within the short space of time we were allotted. However the attention and interest shown by my interviewees made all the effort worthwhile (I was particularly struck by the work of Philip Janssens and Nadja Verena Marcin).

No less stimulating were the discussions with my fellow commentators, during which we talked about our work experiences or commented on our interviews with the group of artists. The evening activities, which included a talk by the curator of Manifesta and a visit to a nearby art centre were opportunities to relax at the end of a long day, as was the highly enjoyable visit to Manifesta. As far as I’m concerned, the event was a success: it was an opportunity to spend a few days living in close proximity to young artists and fellow professionals whom I might never have met, to hone my analytical skills and sharpen my reactions – all this in a supportive village-like atmosphere. Th Warp Artist Village definitely lived up to its name.

Philippe Grisar: Psychoanalysts in the Artist Village…    An impression of an extimate experience

After a concert of contemporary music performed by the recommendable Goeyvaerts String Trio, I met Stef Van Bellingen once again. We agreed to work together on a project on self-portraits, identity and etcetera’s. We sat discussing the project in the overgrown garden of the deceased local painter Jan Buytaert. In the warmth of a feeble sun, Stef explained me with his usual passion what the Artists Village is about. Interested in this revolving door between young artists and art professionals, I proposed to join the ‘commentators’. To lend my professional ear, I said. The aim was not to ‘comment’ but to listen to the artists and their work. As a psychoanalyst, I know that listening has its effects.

A psychoanalyst browses in art regularly, who doesn’t? Art contains a treasure. Freud knew this and produced a number of papers on art, literature, and culture as a whole. May be some remember his essay on the Uncanny? Well, it would be nice to meet the artist her- or himself and maybe, give something in return.

Stef, chief of the village, warned me and my colleague Lieven Jonckheere, not without delight, that the news of our arrival had stirred his tribe. The signifier psychoanalyst seems to be enough to unsettle any community nowadays. And indeed the reactions varied between high expectations and – yes – a trifle of fear. As if the psychoanalyst were a shaman who brings the repressed and unwanted cruel truth to the forth with a snap of the fingers – or a flap of the ear in this case. We don’t.

Suspicion ebbed away quickly and made place for some very nice and interesting conversations. The artist Eric van der Kooij formulated the general shift of expectation in experience in this way: “From dreaded towards appreciated” (“Van gevreesd naar gewaardeerd.” Quoted from an e-mail). Thank you , Eric.

45 minutes is exactly the time of a therapeutic session. What an evil coincidence. ‘Lending an ear’ is also not handing out diagnoses and certainly not submitting our interlocutor to something in the realm of psychotherapy. I had no plan. I did not (want to) know what to expect. Most commentators may have the desire to add something in the perspective on art: advise. To add-vice is not what a psychoanalyst intends – there is usually enough.

The portfolio was the chosen starting point together with the intentions they had in or with their artwork. This was in itself very interesting. I wondered if it were the same story they told any commentator? Most of the time there was room for my little questions (hm, go on, what do you mean,..). Questions that made space to elaborate, to explore (together). I tried to make sense of what they said or had created.

Some talks became pretty personal and intense. Few artists kept on the level of their work and others allowed more openness. Every conversation was different and meandered around the art works, views on art or life, stories around the work, life events etc. One is fragile, searching, growing, the other strong of vision and goal. A kaleidoscope of young artists passed the table.

A lot of works, so was my impression, tried to reveal (or at least tried to make some opening in) the space beyond the obvious, the imaginary. Sometimes deliberately perturbing the public. This beyond or in between, (even uncanny), emerged in several ways and in different articulations.

I remarked to an artist that she had shown me ‘nothing’. The ‘in between’ stitched in the art, made the viewer wait for the ‘real’ material to come forward. Making that kind of art or experiencing it, is like trying to find the opening in the curtains like a performer in the front stage desperately looking for the gap between the curtains where the actual stage is hidden. An inconvenient or even slightly unsettling experience.

Another artist showed with very small interventions space: showing the (almost) nothing with almost nothing. This theme kept coming in other works: the painted landscapes that appeared to be mere decors; black balloons with photos of dead family members in an Hungarian village which slowly deflated; shadows of people and public who suddenly find themselves in the work; gazing children; or the installation as intervention in the rummaging in the odds and bits collected over time, etc…

Artists seem to be looking for something in between or beyond the folds of the expressible. And find ‘it’ (again). A work that brings a beyond forward, isn’t that a presentation of the extimate (the most intimate to us, is however outside us)? This reminds me on my work with spoken words. Analysands tend to scrape for the one memory, the one word or sentence that unfolds the mystery of their construction or bricolage – to say it with Levi-Strauss. Artists just produce it, for all of us…?

One of the artists may not be looking to de-construct the ambivalent relation with the Other. The art was a composition or construction of elements superposed as if the artist wanted to glue the world that is in constant danger to fall apart. Some artists may have too much past, which made the work almost like art therapy. An interesting twilight. The elaborations and operations on the material, did give the material a new perspective. In this way it wasn’t a private struggle anymore. The actual audio recordings they operated on, surpassed the particular history. Art, so it seems, is not only a particular discourse but an intertwisting between the singular and the universal. Therefore it is not mere therapy, it is beyond.For my part the artist village was a fascinating experience. The organization seemed impeccable, the entertainment (the Blue Rabbit Blues Band, the artist Koen Van Mechelen!) terrific. The melting pot of commentators proved to come up with a tasteful brew. The ambiance was warm and jovial. Extimate of all were the very interesting conversations with the young artists themselves. Stella Baraklianou found the Village “a life changing experience”.[1] Let us hope that all the artists could pick up at least a little something.

Lieven Jonchkeere: Artist Village is voor mij, als psychoanalyticus, op verschillende punten een bijzonder aangename verrassing geweest. Hier beperk ik mij tot wat ik als mijn basisverrassing beschouw. En dat is dat er in het kunstwereldje blijkbaar nog altijd een grote verwachting naar de psychoanalyse toe heerst. Dat verraste mij inderdaad, want heden is het bon ton om niets meer de psychoanalyse te verwachten. Ook niet in het kunstwereldje. Maar blijkbaar heeft die verwachting zich daar underground in allerlei duistere gedaanten vermenigvuldigd en is ze zo levendiger dan ooit geworden.

De toon was, raar maar waar, al in de gazet gezet geworden. In dezelfde gazet die de psychoanalyse al een menige keer te kakken had gezet “omdat ze niet wetenschappelijk” en “niet klantvriendelijk” zou zijn, kondigde expliciet aan dat op Artist Village een aantal psychoanalytici zouden rondspoken. Niet goed genoeg als wetenschap of als therapie, mocht ze zich nu eens met de moderne kunst compromitteren. Freud zelf had inderdaad al schrik om als kunstenaar beschouwd te worden, om met kunst geassocieerd te worden, omdat dit de wetenschappelijke geloofwaardigheid van de psychoanalyse zou ondermijnen. Voor psychoanalytici blijft het vandaag echter een uitdaging om zich in verhouding tot zowel de wetenschap, de therapie als de kunst te manifesteren en te onderscheiden. En ik dus naar de mijnen.

Waar ik verrast werd door de grote verwachting én openhartigheid vanwege de participerende kunstenaars naar mij als psychoanalyticus toe. Alle kunstenaars die ik te spreken kreeg, bleken op dit punt ‘aanspreekbaar’. Men kan zich afvragen of dat misschien niet inherent is aan het sympathieke concept van Artist Village. Misschien trekt dat een bepaald type kunstenaar aan. De ‘aanspreekbare’ kunstenaar, of de kunstenaar die zich op een bepaald moment fundamentele vragen stelt over zijn verhouding tot zijn werk – en die van daaruit anderen tussen hemzelf en zijn werk toelaat, die op dat vlak van zijn verhouding tot zijn werk een bepaalde verwachting, of vraag naar de Ander toe heeft? Want ik moet zeggen dat lang niet alle kunstenaars die ik, in andere minder veilige contexten, heb leren kennen, en soms zelfs als persoonlijke vrienden ben gaan beschouwen, op dat punt zo open, zo aanspreekbaar zouden zijn. Integendeel. Het lijkt er soms op dat ‘echte’ kunstenaars eerder van het kwaadaardige type zijn, in die zin dat ze niets of niemand tussen henzelf en hun werk laten komen. Ze doen een effort om het hun werk samen te vallen. Dat lijkt vooral het geval bij kunstenaars die het al een beetje gemaakt hebben – niet hun werk, maar hun naam … En dus daagt dat type zeker niet in een Artist Village op.

Een fundamentele vraag daarbij is nu of dit misschien niet een onvermijdelijke evolutie is. Misschien is die openheid of aanspreekbaarheid – zoals wij die tijdens Artist Village aan den lijve mochten ervaren – niet meer dan een soort verplichte artistieke ‘ontwikkelingsfase’. En zouden we, als we deze zaak zouden opvolgen (dat is een suggestie, best Stef!), kunnen vaststellen dat ook die sympathieke kunstenaars zich, eenmaal ze het gemaakt hebben (niet hun werk, maar hun naam), in hun verhouding tot hun werk zullen beginnen verschansen.

Een radicaal andere hypothese is natuurlijk dat de tijd van de niet aanspreekbare kunstenaar definitief voorbij is. Dat het niet aanspreekbaar zijn een artistieke positie is geweest die in een bepaald tijdsgewricht functioneel was. Maar dat die positie nu, naar de toekomst toe, in de alsmaar complexer wordende kunstjungle, waarin wetenschap, economie en politiek compleet met elkaar verstrengeld geraken, niet langer functioneel en dus leefbaar zal zijn. En moeten kunstenaars op een of andere manier inderdaad gestimuleerd worden om in hun verhouding tot hun werk op een of andere manier aanspreekbaar te blijven. Om al die Anderen te laten tussenkomen om die verhouding te ondervragen – en daar iets uit te laten leren – want dat is wat ik als psychoanalyticus in eerste instantie op Artist Village gedaan heb: zelf veel bijgeleerd.

Maar niet alleen de gazet en de participerende kunstenaars leken in Artist Village, elk op hun manier, heel wat van de psychoanalyse te verwachten. Dat bleek ook het geval te zijn voor sommige commentatoren – die, net als de kunstenaars, van heel diverse pluimage en kaliber waren. Maar door de manier waarop de organisatie van Artist Village informele contacten stimuleerde, had ikzelf al snel herausgefühlt wie op dat punt ‘aanspreekbaar’ was.

Op het moment zelf heeft dat dan toegelaten om niet alleen met mijn psychoanalytische collega Philippe Grisar, maar ook met een aantal andere collega’s, even kritische als delicate punten in de verhouding van sommige kunstenaars tot hun werk te bespreken. Een beetje alsof het ‘klinische gevallen’ betrof, maar dan toch nog altijd met de nadruk op de mogelijke artistieke impasse die mogelijks uit die punten resulteerde. Ik denk daarbij aan een bepaalde kunstenaar die de commentatoren per se wou confronteren met rauw, onbewerkt materiaal uit een traumatische jeugd, die dus de Ander het zwijgen wou opleggen, en die zo misschien in die eigen getraumatiseerde positie wou vastzetten. Onder commentatoren is dat, toch in mijn aanwezigheid, druk besproken geworden – vanuit onder andere de vraag “hoe heb jij dat aan boord gelegd om de kunstenaar in kwestie te verplichten om rekening met jou te houden, om zich daarop enig commentator van jouw kant te laten welgevallen, om de Ander dus te doen ontstaan als iemand waaraan een vraag kan gesteld worden?” En van daaruit, vanuit de manieren van reageren van mijn collega’s daarop, heb ik de indruk dat ik erin geslaagd ben om, in dat specifieke geval, dat rauwe traumatische materiaal toch een beetje te laten kaderen, toch een beetje te laten bewerken – en daar dus ‘een heel klein beetje kunst’ van te laten maken.

Tenslotte heeft de door Artist Village geboden mogelijkheid om de sluimerende psychoanalytische gevoeligheden van sommige collega’s commentatoren herauszufühlen mij ook toegelaten om daaraan een aantal heel interessante samenwerkingsprojecten aan over te houden.

En dat allemaal dankzij Warp van organisator Stef Van Bellingen.

Sandra Dichtl: First of all I want to say, that professional artists are needed as a precondition for a reasonable conversation. Certainly, that was the case in Genk. All artists presented their works in a professional way, allowing discussions, suggestions as well as critique. In order to ensure an interesting conversation, it is very important to have somebody in front of you who is able to present his/her ideas clearly. It was obvious that t all of them were prepared. Maybe the fact that I arrived in the second half of the week helped a lot.

To point out the different aspects of the twelve conversations is very hard because this means at least 9 hours of input.

In general, the presented works led to some stimulating and lively discussions with the artists. At one point, I got the artist to recognize that t his work is not as self-evident as he had always thought. In my view the week in Genk had been a good exercise for those artists to verbalize the intention and idea behind their works. As one can imagine, such confrontations and discussions are essential for an artist´s showmanship and his/her career in general. All these different conversations and interesting works trained my attention to detail as well. Especially in the evening hours I had the chance to establish new contacts. [1] see website WARP: http://www.warp-art.be/nl/activiteiten/portfolio/kunstenaarsdorp2012.php