share

Tim Breukers

 

° Breda, Nederland 1985 

leeft en werkt in Amsterdam — Nederland

 

Tim Breukers nam deel aan Coup de Ville 2013. Deze tekst verscheen in de catalogus.

 

De geëxposeerde kunstwerken – bestaande en een nieuwe – van Tim Breukers, zijn ingegeven door de specifieke locatie waar ze getoond worden en de evolutie van zijn artistieke praktijk. Waar hij circa drie jaar geleden fragiele kleinoden boetseerde die in porselein werden uitgevoerd, manifesteert zich sindsdien een schaalvergroting in zijn werk. In beide gevallen heeft dat te maken met de specifieke mogelijkheden van de werkplekken waar hij aan de slag ging: het ‘EKWC’ (Europees Keramisch Werkcentrum) in Den Bosch en ‘Beeldenstorm’ in Eindhoven. De drang om werken van grote omvang tot stand te brengen, leidt in dit geval naar de tragische geschiedenis van de Hindenburg. “Me bezighouden met de crash sluit goed aan bij de stappen die ik in mijn werk wil maken, waarbij de schaal een belangrijke rol speelt – maar vooral ook de noodzaak tot menselijke hoogmoed”, waarbij Breukers zowel te verwijzen naar de mythische voorlopers zoals Icarus’ val als naar de uitdagende aard van het kunstenaarschap.

 

Reeds in eerdere werken confronteerde hij ons met verval en teloorgang. Hij toonde hieromtrent vergane bouwwerken, de flard van een neergestort vliegtuig, scheepswrakken, een tot fossiel verworden auto of een gedeconstrueerde caravan. Door de schoonheid van zijn vormgeving ontstaat een ambigue esthetische beleving – ze schijnt de naarheid van de apocalyptische thematiek enigszins te verdrijven – hoewel de breekbaarheid van het porselein, de broosheid van het bestaan suggereert. De presentatie van deze geminiaturiseerde gebeurtenissen confronteert hij via een bruuske schaalsprong met een reminiscentie aan de luxe passagierszeppelin, de Hindenburg LZ129. Zoals het schip de Titanic was de ontwikkeling van dit 245 meter lange luchtschip een prestigekwestie, gebonden aan nationale superioriteit. Na zeventien keer de Atlantische Oceaan probleemloos overgevlogen te hebben, stortte het luchtschip neer op 6 mei 1937, onder het oog van nieuwsgierige aanwezigen. Door de brand verschrompelde het omhullende zeildoek en werd het ingenieuze skelet blootgelegd. Vanuit sculpturaal en constructief oogpunt – dus zonder misplaatst leedvermaak – is dit karkas mogelijk nog indrukwekkender dan de gangbare afbeeldingen van de zeppelin. Tim Breukers realiseert zijn interpretatie in situ, achter in de tuin van een huis dat in 1783 gebouwd werd – het jaar waarin de eerste luchtballon door de gebroeders Montgolfier werd opgelaten, eveneens een mijlpaal in de immer terugkerende ‘drang naar hoger’.