share

Stefan Peters

 

° België 1978

leeft en werkt in Hasselt — België

 

Stefan Peters nam deel aan Coup de Ville 2016. Deze tekst verscheen in de catalogus.

 

Wat betekent schilderkunst in deze tijd? Om een antwoord te vinden op die vraag bestuderen we de kunstenaarspraktijk van Stefan Peters. Wanneer hij in 2015 naar de Van Eyck Academie in Maastricht gaat, begint Peters zijn werk in vraag te stellen. Door veelvuldig experimenteren, herontdekt hij de schilderkunst en keert hij terug naar de essentie, de verfstreek. Hij puurt het medium uit en ontleedt het schilderkundige proces. Met behulp van video en dia’s zoomt hij steeds meer in op penseelstreken en textuur. Hij tast de grenzen tussen figuratie en abstractie af en onderzoekt de relatie tussen schilderkunst en ruimtelijkheid. De manier waarop hij andere media inzet benadrukt eens te meer de waarde en rijkheid van de schilderkundige toets.

 

Voor Coup de Ville vertrekt hij van een 17e-eeuws kunstkabinet met beschilderde panelen. Daardoor ontstaat een samenhang tussen schildering en de ruimtelijkheid van het object. Peters trekt een gelijkaardige dialoog tussen schilderkunst en omgeving door, maar in dit geval op een andere schaal, namelijk een kerk uit de barokperiode. Peters creëert een ervaringsruimte: een tweeledig compact blok binnen de sacrale ruimte. Enerzijds is er een werkruimte die verwijst naar het creatieproces. Op een lichtbak ligt een doorschijnende folie waar zwarte verfstreken op aangebracht zijn. Daaruit selecteert hij fragmenten, die hij uitsnijdt ter grootte van een dia. De andere plek is een presentatie- of belevingsruimte met projecties van de diapositieven. Wat we hier zien is een nieuwe wending in zijn oeuvre. Peters vertrekt nu vanuit de materie en de abstracte penseelstreek roept een inhoud op. Met autonome toetsen creëert hij een diepte-illusie. Het beeld herinnert nog aan een landschap, maar biedt veel ruimte voor interpretatie.

 

Fragment uit ‘Pierres’ van Roger Caillois

Het is een kwestie van schaal. Elke steen is een potentiële berg. Ingewijden kunnen gemakkelijk van formaat wisselen. Dongfang Xuan leefde in een hut aan de voet van een berg met een vrouw die hem de Tao onderwees. Een andere tovenares zocht hem op om met hem
te schaken. Omdat hij druk bezig was, vroeg hij of zij zich zolang wilden vermaken: “Daarop maken de vrouwen met hun vinger een tekening voor zich op de grond. Die verandert in een groot meer met hoge dennenbomen en groene bamboe eromheen. Op het meer drijft een boot. Een van de vrouwen klimt erin. De andere gooit een schoen in het meer. Die verandert in een boot en zij stapt erin. De twee tovenaressen drijven zingend rond. Ten slotte laten ze alles met een toverspreuk verdwijnen.” De Onsterfelijken weten hun eigen plaatsen te creëren, er binnen te gaan, erin te verdwijnen. Een tekening, een schildering is voor hen genoeg: meteen verrijst er een berg.