share

PAVILJOEN VAN DE VERBORGEN SCULPTUREN

 

Deze tekst verscheen in de catalogus van Coup de Ville 2013.

 

In dezelfde ruimte waar kunstenaar Ben Benaouisse zijn politiek en polyptieken verenigt in ‘Polytiek’, wordt een fictief paviljoen ingericht. Het bestaat uit sculpturen en beeldhouwresten die door vergetelheid, gemis aan aandacht, inhoudelijk of plastisch prestigeverlies geleidelijk aan een verborgen status hebben verkregen. Net zoals Benaouisse materiaal recupereert en herwerkt tot een nieuwe betekenis, worden deze beeldhouwwerken uit zolders, opslagruimten, huiskamers en tuinen gelicht om ze via een installatie te revitaliseren. Als manoeuvre sluit dit aan bij het werk van Gabriel Rico Jiménez, dat zich iets verder op het parcours bevindt en reflecteert over het begrip ‘representatie’.

 

Vele sculpturen in steden, in casu Sint-Niklaas, zijn door louter gewoonte, niet langer actieve betekenisgevers in het straatbeeld. In een aantal gevallen kunnen we ons daar gelukkig om prijzen, maar in een bredere context vertelt deze toestand iets over de geringe perceptie en minimale invraagstelling, bewondering of veroordeling van wat ons omringt. Is het mogelijk om een grotere intensiteit in ons kijken te ontwikkelen? Kunnen we sommige zaken tot leven wekken? Om deze problematiek te onderbouwen, wordt de film ‘Les statues meurend aussi’ van Chris Marker en Alain Resnais uit 1953 tussen de verzamelde sculpturen getoond. Deze kwam tot stand in opdracht van het collectief Présence Africaine, waar intellectuele zwaargewichten als Aimé Césaire en Léopold Senghor deel van uitmaakten. Gedurende tien jaar bleef de film verboden vanwege het gevaar antikoloniale gevoelens aan te wakkeren. Los van deze specifieke lezing, die daadwerkelijk aanwezig is in ‘Les statues meurent aussi’, worden er tal van andere interessante vragen in gesteld, die uiterst relevant blijven voor onze omgang met kunst vandaag.

 

“Quand les hommes sont morts, ils entrent dans l’histoire. Quand les statues sont mortes, elles entrent dans l’art. Cette botanique de la mort, c’est ce que nous appelons la culture.”

 

Dit citaat uit de film verwijst naar de Afrikaanse cultuur, waar maskers onderdeel uitmaken van rituelen en dus van een levende cultuur, ze zijn niet gemaakt om alleen te tonen, hoewel ze overduidelijk esthetische kwaliteiten hebben. In het paviljoen met verborgen sculpturen is het opzet uiteindelijk eerder museaal, maar via het tonen hopen we dat de geest geactiveerd wordt en er smaakoordelen gevormd worden, die hopelijk een aanzet zijn tot een breder kritisch denken.