share

Katleen Vinck

 

° Reet, België 1976

leeft en werkt in Antwerpen — België

 

Katleen Vinck nam deel aan Coup de Ville 2013. Deze tekst verscheen in de catalogus.

 

In haar werk maakt Katleen Vinck vaak gebruik van schaalmodellen waarmee ze karakteristieken van sculptuur, architectuur en theaterscenografie met elkaar verbindt. Haar opleidingen in de architectuur, kunst en scenografie maken een dergelijke overkoepelende benadering vanzelfsprekend, maar tegelijk ook uitdagend. Vinck focust op fenomenen die zich spontaan in de natuur voordoen. Eens ze echter door de mens gerecupereerd worden, is er sprake van een ‘enscenering van het natuurlijke’, waar nieuwe betekenissen uit voortvloeien. Inhoudelijk en vormelijk onderzoekt de kunstenares archetypische structuren uit de natuur die als een echo terug te vinden zijn in de cultuur.

 

In het landschap gaat haar interesse uit naar vormen als grotten, rotswanden, heuvels, bomen... Ze bevraagt hun mogelijke functie, symboliek en de manier waarop ze door de mens verwerkt worden. Zo interpreteert ze de bunker als een gesublimeerde vorm van beschutting die typologisch teruggebracht kan worden tot de grot: een archetypische vorm. Gelijkaardig aan de tegenstelling (of verwantschap) tussen grot en bunker, ontwikkelt Vinck oppositieschema’s en modellen waarmee ze de werkelijkheid doorgrondt en die de basis vormen van haar kunstwerken. Strikte ordeningen en classificaties worden veelal bemoeilijkt door uitzonderingen en tussenposities. Hierdoor werd Vincks aandacht getrokken door het begrip ‘realia’, een term uit de bibliotheekwetenschap voor zaken die niet onder een gewoon classificatiesysteem vallen. Ze zweven ergens tussen of passen in verschillende categorieën, wat tot een status van ongedefinieerdheid leidt.

 

Voor Coup de Ville speelt Vinck in op de relatie interieur/exterieur, architectuur/natuur: verhoudingen die ze bewust omkeert of clustert. Het concept van de barokke Italiaanse Villa Aldobrandini geldt hierbij als een historisch voorbeeld van versmelting van natuur, kunst en architectuur. In het woonhuis waar Vinck haar ingreep realiseert, plaatst ze bomen als ‘natuurlijke’ componenten in het interieur en manoeuvreert architecturale elementen naar de hoog ommuurde tuin: “Ik denk er nu over om een duidelijk zichtbare geconstrueerde basis te maken en daarop de boom samen te stellen uit verschillende delen met echte, behandelde schors. Slechts bij verdere observatie ziet men dat het een artificiële constructie is.”