share

IGNACE CAMI

 

° België 1986

leeft en werkt in Antwerpen — België

 

Ignace Cami nam deel aan Coup de Ville 2016. Deze tekst verscheen in de catalogus.
Verder was ook werk van hem te zien in de tentoonstelling 'Exoten' in 2015.

 

Achter het barre, bizarre landschap, het Sublieme in miniatuur, staat een atelier. Wellicht hoort u gestommel: “Is hij aan het werk? Mag
u hem storen?” Honingraten als een gezellig vuurtje of een licht achter een raam lokken de vermoeide reiziger...

“Kunst”, zegt Ignace Cami , terwijl hij vakkundig verwijst naar de Franse filosoof Alain Badiou, “is een aparte soort waarheid, een waarheidsprocedure die volstrekt eigenzinnig is.” Ongewild maar met opzet, zet ze iets in gang.

Al van kleins af aan metselen we met woorden (die we lenen van de Ander) een bestaan, een identiteit. Het is een bricoleerwerk min of meer aangepast aan wat anderen verlangen. Daar wringt het schoentje: je moet telkens naar dat verlangen raden. Met zijn installatie tracht Cami de mens te bewegen tot een dialoog met zichzelf. We zijn altijd druk bezig om iemand te zijn, om ons te presenteren – wie staat daar nog bij stil? De groet, het ritueel van beleefde frasen en een kleine causerie, zijn slechts de stoffering waarmee men echte rencontre vermijdt. Een mens ontmoet een mens. Het is daar waar Cami intervenieert.

 

Cami vergelijkt het leven met het sublieme, een ontzagwekkend landschap waarin de mens zich klein en nietig voelt. Leven is vaak de reis naar onbekende menselijke landstreken. Het is makkelijker om die te vermijden, in te dijken en af te grenzen. Hij richt de blik van zijn toeschouwer naar de honingraat, het zoete voedsel van (Maghrebijnse) gastvrijheid, voorbij het onzekere dat het ‘sublieme’ teweegbrengt. Overwin de (Vlaamse) schroom en ga naar een ruimte waar de kunstenaar misschien zelf verblijft.

 

Elke samenkomst, zo gaat dat, heeft een ritueel: een van geven en een van nemen. Het regelt de ontmoeting en wat er later nog van overblijft. Wie geeft, verplicht de ander. De honing staat klaar. De rest is aan de bezoeker.

 

Dus wie ontmoet hier wie? En zo zet Ignace Cami dat ‘iets’, die waarheidsprocedure in gang, een vreemdeling vreemd aan zichzelf.