share

Gabriel Rico Jiménez

 

° Lagos de Moreno, Mexico 1980

leeft en werkt in Lagos de Moreno — Mexico

 

Gabriel Rico Jiménez nam deel aan Coup de Ville 2013. Deze tekst verscheen in de catalogus.

 

Gabriel Rico volgde een opleiding als architect, maar manifesteert zich als kunstenaar. Een centraal begrip in zijn artistieke praktijk is de ‘fragiliteit van de ruimte’. Rico onderzoekt de ruimte niet alleen in haar fysieke verschijningsvorm, maar benadert het als een entiteit waar historische, politieke, sociaal-culturele en economische krachten op elkaar inspelen. Afhankelijk van het concept gebruikt hij in zijn dialoog met de (publieke) omgeving uiteenlopende technieken en materialen.

 

‘La inclusion de mi raza’ (‘De inclusie van mijn ras’) bestaat uit verschillende totempalen. Op deze palen accumuleert hij verschillende objecten die aangebracht worden door de bevolking. Via deze participatie wil Rico de afstand tussen kunstwerk en publiek verkleinen. De elementen van de compositie worden bepaald door de inbreng van individuele personen en streven geen esthetische pretentie na. Rico heeft voeling met een kunstenaar als Allan Kaprow die zichzelf omschreef als ‘un-artist’. Daarbij worden gewone zaken uit het dagdagelijkse leven nauwelijks getransformeerd of uitgezuiverd tot een geïdealiseerde vorm. De betekenis van zijn werk ligt dus eerder in het gemeenschapsstichtend vermogen. In de antropologie kwam men tot de bevinding dat de gift – of preciezer: het offer – vaak de motor vormt van het economisch proces. Tegelijk stelt hij zich vragen bij de economie en nutsmoraal die vele zaken, personen en groepen uitsluiten. De kunstenaar bevraagt het concept van het monument en wie daar al dan niet in vertegenwoordigd wordt. Daarom ging zijn voorkeur qua locatie naar de nabijheid van de psychiatrische instelling Sint-Lucia. Het aspect van aan- en afwezigheid in het sociale veld, sluit nauw aan bij Ralph Ellisons Invisible man (1952). In deze roman wordt de plot niet gedragen door een sciencefictionpersonage, maar is de voornaamste protagonist, die een grotere bevolkingsgroep vertegenwoordigt, het slachtoffer van stigmatisatie en sociale uitsluiting. Bij zijn totempalen is muziek te horen van Jan Van Saene die verblijft in het Psychiatrisch Centrum Zoete Nood Gods in Lede en ‘(What Did I Do to Be So) Black and Blue’ uitgevoerd door Louis Armstrong.