share

Adrien Tirtiaux

 

° Brussel, België 1980

leeft en werkt in Antwerpen — België

 

Adrien Tirtiaux nam deel aan Coup de Ville 2013. Deze tekst verscheen in de catalogus.

 

Als medeoprichter van het initiatief hotel charleroi slaat Adrien Tirtiaux in deze Waalse stad een brug tussen kunstenaars, politici en de bevolking. Dynamiek, adaptatievermogen, overleg en de mogelijkheid tot falen kenmerken zijn artistieke projecten. Zo visualiseerde een muur – de resultante van aparte bouwstenen – zijn voorstel om het prijzengeld van de Young Belgian Art Prize (2013) in Brussel samen te voegen om dit vervolgens evenwaardig te verdelen tussen de geselecteerde kunstenaars. Door de weerstand van andere deelnemers werd dit geen verbindingsmuur. Dikwijls slaat hij bruggen, en die zijn nogal precair, fragiel en onvoorspelbaar.

 

Voor Coup de Ville maakt hij voor het eerst een echte brug. Daarvoor koos hij een schoolgebouw dat begin de jaren 1970 opgetrokken werd door de Wase architect Lode Verbeke in een brutalistische betonstijl. Vertrekkend van de robuuste uitsprong boven het toegangsportaal bouwt hij voor zichzelf een weg naar de overkant. Stapsgewijs verstevigt hij de houten constructie die groeit volgens het principe van ‘toujours plus haut’, zoals zijn toren van Lego-blokjes in Wenen uit 2008. “De brug begint breed en eindigt smal, wat een metafoor kan zijn voor de verwachtingen van leerlingen en een (levens)weg waarbij de mogelijkheden steeds vernauwen. Wat mij interesseert, is iets dat site-specifiek is en tegelijkertijd een metaforische, symbolische, politieke waarde heeft die in een bredere context geldt.”

 

Gewoonlijk wijst Tirtiaux, van opleiding ingenieur architect, na een analyse van een context op problematische situaties en onderzoekt hoe het denken van de kunstenaar zich daartoe verhoudt. Ondanks het feit dat redeneren en handelen van de ingenieur en de knutselaar volgens antropoloog Claude Lévi-Strauss sterk uiteenlopen, blijken beiden vaak probleemoplossend te zijn. Volgens diezelfde theorie combineren kunstenaars beide denkwijzen en koppelen planmatigheid aan improvisatie, gebruikmakend van datgene wat voorhanden of beschikbaar is. Tirtiaux merkt op dat vele kunstenaars het vermogen tot knutselen, het spelenderwijs ontdekken om daardoor iets te begrijpen, echter verleerd zijn.